‘Ik heb het nooit koud, maar ik ben nog jong’
‘Op vrieskou kun je je kleden, regen is het ergst’
‘Gaat het stormen, dan begint ons werk pas echt’
‘When the going gets tough, the tough get going’, zong Billy Ocean. Vrij vertaald: als het pittig wordt, gaan de doorzetters aan de slag. Dat geldt zeker voor deze havenwerkers die stormen, stortbuien en vrieskou niet schuwen. En er soms zelfs van opleven.
Als roeier legt Jens Fortuin de grootste schepen vast aan de kade. Ook in storm, slagregens en op schuimende golven. ‘Dat zijn de mooiste diensten, je moet totale focus hebben.’
Van jongs af aan wist Jens: ik wil buiten werken, op het water. ‘Ik kan niet stilzitten, dat is niks voor mij.’ Na een start in de binnenvaart stapte hij op zijn achttiende over naar de Koninklijke Roeiers Vereeniging Eendracht (KRVE). ‘Wij maken de schepen vast aan de kade. En gooien de trossen ook weer los’, vat Jens zijn werk samen.
Dat vastleggen gebeurt in een nauw samenspel tussen roeiers op het water en collega’s aan wal. Het zal geen verbazing wekken dat Jens het liefst vaart. ‘Je zit dan samen met een maat op een vlet: een klein, wendbaar vaartuig. Daarmee vangen we de zware trossen op die we naar de wal varen. Daar maken collega-roeiers de touwen vast, zodat het schip vastligt.’
Het werk gaat 24 uur per dag door, onder alle weersomstandigheden. Als het stormt, stijgt de spanning. ‘Dat zijn voor mij de mooiste diensten’, zegt Jens enthousiast. ‘Dan moet je opletten: de stroming, de schroef, de wind. Dat vraagt om totale focus. Eén verkeerde beslissing en je zit tussen wal en schip. Maar als alles goed gaat, is dat het mooiste wat er is.’
De roeiers werken in ploegendiensten: twee weken dagdienst, twee weken nachtdienst. ‘Het heeft beide zijn voordelen’, zegt Jens. ‘Overdag zit je lekker in je ritme, maar als je ’s nachts werkt, hoef je geen wekker te zetten.’
Kou en regen deren Jens weinig. ‘Plenst het, dan trek je een regenpak aan. Ook op de kou kun je je kleden. Zelf heb ik het nooit koud’, lacht hij. ‘Maar ik ben nog jong, dat komt later wel.’
Jens werkt nu zes jaar bij de roeiers en maakte in die periode bijzondere dingen mee. Zoals het binnenbrengen van de Fremantle Highway, het autoschip dat in de zomer van 2023 zwaar beschadigd raakte door brand. ‘We gingen aan boord met maskers en luchtfilters. Binnen was alles zwartgeblakerd, auto’s half gesmolten. Dat vergeet je niet meer.’
Als ‘estimator’ controleert Alwin containers op schade. Weer of geen weer, hij doet het met plezier. ‘Ik hou van de vrijheid van dit werk.’
Ze lijken onverwoestbaar, maar ook containers kunnen stuk. Alwin weet er alles van. Als container estimator bij United Waalhaven Terminals inspecteert hij de lege containers die worden binnengebracht. ‘Soms is een heftruck te enthousiast naar binnen gereden of is er simpelweg te zwaar geladen.’ Alwin bepaalt vervolgens of de containers nog in goede staat zijn of een reparatie nodig hebben. ‘We doen eigenlijk een soort APK voor containers.’
Die inspecties gebeuren bij containerdepots in de Botlek, Waalhaven en Maasvlakte. De ene keer werkt Alwin in de zon, de andere keer in de storm. ‘Hoosbuien zijn het ergste’, zegt Alwin. ‘Op vrieskou kun je je kleden, maar regen gaat uiteindelijk overal doorheen. Na een uurtje ben je drijfnat.’ Op die momenten is er gelukkig koffie. ‘We weten ook wel wanneer we even moeten schuilen en een bakkie doen. Dat is ook het moment om even bij te praten. Met sommige collega’s kan ik ontzettend lachen.’
Of hij er wel eens over denkt om zijn buitenwerk in te ruilen voor een bureaubaan? ‘Welnee, dat is niks voor mij. Ik ben een buitenmens en hou van de vrijheid van dit werk. Bij dit werk kijkt niemand over je schouder. Je bent zelfstandig bezig, dat vind ik fijn.’
Een inspectie duurt meestal een kwartier tot twintig minuten, soms maar een minuut. Op drukke dagen ziet Alwin tussen de 75 en 100 containers. ‘De ene klant wil dat we heel grondig kijken, de ander neemt het wat ruimer. Maar de container moet altijd vervoerwaardig zijn.’ Formulieren invullen hoeft niet meer. Alwin doet alles met de app op zijn telefoon. ‘Vinkjes zetten, foto’s toevoegen. En de klant kijkt mee op afstand.’
Soms doet Alwin tijdens een inspectie een bijzondere vondst. ‘Je komt nog wel eens een gekko of spin tegen. Of een leguaan.’ Lachend: ‘Ja, dat is soms wel even schrikken. Ook dat hoort bij het werk. Geen dag is bij ons hetzelfde.’
Code geel, oranje of rood: als de meeste mensen het liefst thuis blijven, dan weet sleepbootkapitein Max Livramento dat hij aan de bak moet.
‘Bij storm is onze hulp extra hard nodig. Dan moeten we bijvoorbeeld schepen in hun zij duwen om te voorkomen dat ze losbreken van de kade. Of we slepen materieel terug dat op drift is geraakt. Dan wordt het spannend, én interessant. Het draait echt om je skills. Want één verkeerde beweging, en je hebt schade.’
Je mag gerust zeggen dat er (haven)water door Max’ aderen stroomt. Hij groeide op als schipperskind en vaart sinds zijn zestiende. Inmiddels werkt hij ruim vijftien jaar bij VKV Service, een specialist in sleep- en duwboten in de Rotterdamse haven. ‘Jarenlang voer ik op het kleinste bootje van onze vloot. Nu zit ik op de Walvis, een van de krachtigste duw-sleepboten van Rotterdam.’
Op maandagochtend zwaait Max zijn vrouw en twee kinderen uit, vrijdagmiddag sluit hij ze weer in de armen. Doordeweeks leeft hij aan boord, samen met drie à vier collega’s: nog een kapitein, een stuurman en een (leerling-)matroos. Bij storm is slapen soms lastig. ‘Je hoort de touwen kraken en voelt de golven tegen de boot slaan. Je ligt te schommelen in je bed. Maar je vertrouwt erop dat je maat alarm slaat als er iets misgaat. Bij écht slecht weer is sowieso iedereen wakker. Dan rust je later wel uit.’
De bemanning werkt in ploegendiensten – twaalf uur op, twaalf uur af – zodat de Walvis 24 uur per dag inzetbaar is. Veel klussen gebeuren ’s nachts, om het verkeer niet te hinderen. ‘Dan slepen we bijvoorbeeld een grote brug dwars door Rotterdam. Dat blijft indrukwekkend.’
De lijst met bijzondere klussen is lang: van de oude Botlekbrug eruit slepen tot hulp bij inspecties onder de Van Brienenoordbrug en de aanleg van de Blankenburgtunnel. ‘We hebben altijd het mooiste uitzicht’, zegt Max. ‘Sleephopperzuigers, de grootste zeeboten, cruiseschepen: alles komt voorbij.’
Is het thuisfront wel eens bezorgd als hij met storm aan boord stapt? ‘Mijn vrouw is niet anders gewend, we zijn al samen sinds mijn zestiende.’ Met een lach: ‘Soms kom ik moe thuis na een zware week, maar altijd heelhuids.’
Meld je aan voor de online Havenkrant en ontvang deze 4 keer per jaar in je inbox.
De Rotterdamse haven heeft behoefte aan gespecialiseerde beveiligers die zijn opgeleid om criminele activiteiten te herkennen en voorkomen. Daarom ontwikkelde Zadkine de opleiding Port Security, onder andere in samenspraak met gemeente Rotterdam en bedrijven in de haven. Studenten leren hier de specifieke vaardigheden die je als beveiliger in de haven nodig hebt. Zoals kennis van het havengebied, omgaan met risico’s en veiligheidstechnieken. Deze mbo-opleiding (niveau 2) is ook voor beveiligers die al aan het werk zijn, maar zich willen specialiseren.
Werk in de haven
In weer en wind
Scroll verder
Volgend artikel
‘Op vrieskou kun je je kleden, regen is het ergst’
Als ‘estimator’ controleert Alwin containers op schade. Weer of geen weer, hij doet het met plezier. ‘Ik hou van de vrijheid van dit werk.’
Ze lijken onverwoestbaar, maar ook containers kunnen stuk. Alwin weet er alles van. Als container estimator bij United Waalhaven Terminals inspecteert hij de lege containers die worden binnengebracht. ‘Soms is een heftruck te enthousiast naar binnen gereden of is er simpelweg te zwaar geladen.’ Alwin bepaalt vervolgens of de containers nog in goede staat zijn of een reparatie nodig hebben. ‘We doen eigenlijk een soort APK voor containers.’
Die inspecties gebeuren bij containerdepots in de Botlek, Waalhaven en Maasvlakte. De ene keer werkt Alwin in de zon, de andere keer in de storm. ‘Hoosbuien zijn het ergste’, zegt Alwin. ‘Op vrieskou kun je je kleden, maar regen gaat uiteindelijk overal doorheen. Na een uurtje ben je drijfnat.’ Op die momenten is er gelukkig koffie. ‘We weten ook wel wanneer we even moeten schuilen en een bakkie doen. Dat is ook het moment om even bij te praten. Met sommige collega’s kan ik ontzettend lachen.’
Of hij er wel eens over denkt om zijn buitenwerk in te ruilen voor een bureaubaan? ‘Welnee, dat is niks voor mij. Ik ben een buitenmens en hou van de vrijheid van dit werk. Bij dit werk kijkt niemand over je schouder. Je bent zelfstandig bezig, dat vind ik fijn.’
Een inspectie duurt meestal een kwartier tot twintig minuten, soms maar een minuut. Op drukke dagen ziet Alwin tussen de 75 en 100 containers. ‘De ene klant wil dat we heel grondig kijken, de ander neemt het wat ruimer. Maar de container moet altijd vervoerwaardig zijn.’ Formulieren invullen hoeft niet meer. Alwin doet alles met de app op zijn telefoon. ‘Vinkjes zetten, foto’s toevoegen. En de klant kijkt mee op afstand.’
Soms doet Alwin tijdens een inspectie een bijzondere vondst. ‘Je komt nog wel eens een gekko of spin tegen. Of een leguaan.’ Lachend: ‘Ja, dat is soms wel even schrikken. Ook dat hoort bij het werk. Geen dag is bij ons hetzelfde.’
‘Ik heb het nooit koud, maar ik ben nog jong’
Als roeier legt Jens Fortuin de grootste schepen vast aan de kade. Ook in storm, slagregens en op schuimende golven. ‘Dat zijn de mooiste diensten, je moet totale focus hebben.’
Van jongs af aan wist Jens: ik wil buiten werken, op het water. ‘Ik kan niet stilzitten, dat is niks voor mij.’ Na een start in de binnenvaart stapte hij op zijn achttiende over naar de Koninklijke Roeiers Vereeniging Eendracht (KRVE). ‘Wij maken de schepen vast aan de kade. En gooien de trossen ook weer los’, vat Jens zijn werk samen.
Dat vastleggen gebeurt in een nauw samenspel tussen roeiers op het water en collega’s aan wal. Het zal geen verbazing wekken dat Jens het liefst vaart. ‘Je zit dan samen met een maat op een vlet: een klein, wendbaar vaartuig. Daarmee vangen we de zware trossen op die we naar de wal varen. Daar maken collega-roeiers de touwen vast, zodat het schip vastligt.’
Het werk gaat 24 uur per dag door, onder alle weersomstandigheden. Als het stormt, stijgt de spanning. ‘Dat zijn voor mij de mooiste diensten’, zegt Jens enthousiast. ‘Dan moet je opletten: de stroming, de schroef, de wind. Dat vraagt om totale focus. Eén verkeerde beslissing en je zit tussen wal en schip. Maar als alles goed gaat, is dat het mooiste wat er is.’
De roeiers werken in ploegendiensten: twee weken dagdienst, twee weken nachtdienst. ‘Het heeft beide zijn voordelen’, zegt Jens. ‘Overdag zit je lekker in je ritme, maar als je ’s nachts werkt, hoef je geen wekker te zetten.’
Kou en regen deren Jens weinig. ‘Plenst het, dan trek je een regenpak aan. Ook op de kou kun je je kleden. Zelf heb ik het nooit koud’, lacht hij. ‘Maar ik ben nog jong, dat komt later wel.’
Jens werkt nu zes jaar bij de roeiers en maakte in die periode bijzondere dingen mee. Zoals het binnenbrengen van de Fremantle Highway, het autoschip dat in de zomer van 2023 zwaar beschadigd raakte door brand. ‘We gingen aan boord met maskers en luchtfilters. Binnen was alles zwartgeblakerd, auto’s half gesmolten. Dat vergeet je niet meer.’
‘Gaat het stormen, dan begint ons werk pas echt’
In weer en wind
Meld je aan voor de online Havenkrant en ontvang deze 4 keer per jaar in je inbox.
Werk in de haven
‘When the going gets tough, the tough get going’, zong Billy Ocean. Vrij vertaald: als het pittig wordt, gaan de doorzetters aan de slag. Dat geldt zeker voor deze havenwerkers die stormen, stortbuien en vrieskou niet schuwen. En er soms zelfs van opleven.
Code geel, oranje of rood: als de meeste mensen het liefst thuis blijven, dan weet sleepbootkapitein Max Livramento dat hij aan de bak moet.
‘Bij storm is onze hulp extra hard nodig. Dan moeten we bijvoorbeeld schepen in hun zij duwen om te voorkomen dat ze losbreken van de kade. Of we slepen materieel terug dat op drift is geraakt. Dan wordt het spannend, én interessant. Het draait echt om je skills. Want één verkeerde beweging, en je hebt schade.’
Je mag gerust zeggen dat er (haven)water door Max’ aderen stroomt. Hij groeide op als schipperskind en vaart sinds zijn zestiende. Inmiddels werkt hij ruim vijftien jaar bij VKV Service, een specialist in sleep- en duwboten in de Rotterdamse haven. ‘Jarenlang voer ik op het kleinste bootje van onze vloot. Nu zit ik op de Walvis, een van de krachtigste duw-sleepboten van Rotterdam.’
Op maandagochtend zwaait Max zijn vrouw en twee kinderen uit, vrijdagmiddag sluit hij ze weer in de armen. Doordeweeks leeft hij aan boord, samen met drie à vier collega’s: nog een kapitein, een stuurman en een (leerling-)matroos. Bij storm is slapen soms lastig. ‘Je hoort de touwen kraken en voelt de golven tegen de boot slaan. Je ligt te schommelen in je bed. Maar je vertrouwt erop dat je maat alarm slaat als er iets misgaat. Bij écht slecht weer is sowieso iedereen wakker. Dan rust je later wel uit.’
De bemanning werkt in ploegendiensten – twaalf uur op, twaalf uur af – zodat de Walvis 24 uur per dag inzetbaar is. Veel klussen gebeuren ’s nachts, om het verkeer niet te hinderen. ‘Dan slepen we bijvoorbeeld een grote brug dwars door Rotterdam. Dat blijft indrukwekkend.’
De lijst met bijzondere klussen is lang: van de oude Botlekbrug eruit slepen tot hulp bij inspecties onder de Van Brienenoordbrug en de aanleg van de Blankenburgtunnel. ‘We hebben altijd het mooiste uitzicht’, zegt Max. ‘Sleephopperzuigers, de grootste zeeboten, cruiseschepen: alles komt voorbij.’
Is het thuisfront wel eens bezorgd als hij met storm aan boord stapt? ‘Mijn vrouw is niet anders gewend, we zijn al samen sinds mijn zestiende.’ Met een lach: ‘Soms kom ik moe thuis na een zware week, maar altijd heelhuids.’