Meld je aan voor de online Havenkrant en ontvang deze 4 keer per jaar in je inbox.
Scroll verder
De haven 24/7
De havenvibes van... Spijkenisse
Hoe kijken inwoners van het havengebied naar hun woonomgeving? Dit keer bezoeken we Peter Verweel (71) in Spijkenisse. De gepensioneerde havenman vindt dat Spijkenissers trotser mogen zijn op hun verleden.
Foto: Marc Nolte
Peter is sinds 2021 met pensioen, maar de haven laat hem niet los. Zo is de Spijkenisser havengids bij EIC Mainport Rotterdam, het educatief informatiecentrum van de haven. De dag voor het interview leidde hij nog een groep Belgische scholieren rond door Portlantis. ‘Ik vertelde dat een schip zestig jaar geleden in 24 uur 226 containers kon lossen. Nu zijn dat er 3.000 tot 4.000. Dankzij de automatisering.’
Peter kan het weten. Zelf werkte hij sinds de jaren negentig in de containerautomatisering. ‘Ik reisde de hele wereld over.’
De haven laat Peter niet los; al jaren broedt hij samen met zijn broer op het idee om in Spijkenisse een industriemuseum te beginnen. Daarvoor is het duo op zoek naar een locatie van minimaal 4.000 vierkante meter om grote machines tentoon te stellen.
Het museum moet laten zien welke enorme aantrekkingskracht de industrie heeft gehad op mensen van heinde en verre. Spijkenisse had in de jaren vijftig 3.000 inwoners. Nu telt Nissewaard er bijna 100.000. ‘Mijn familie is met het zwarte goud overgoten. De groei van de industrie en de haven heeft veel families welvaart gebracht. Bewoners mogen zich daar bewuster van en ook trotser op zijn.’
Peters wieg stond in Vlaardingen. Maar rond zijn vijftiende verhuisde hij naar Spijkenisse, zoals zo veel ‘Shell-gezinnen’; zijn vader werkte in Pernis als chef van een chemielaboratorium. De tiener kwam terecht in de toen nieuwe uitbreidingswijk Sterrenkwartier. ‘De wind komt meestal vanuit het zuidwesten. Toen we in Vlaardingen woonden, roken we de industrie,’ merkt hij op. ‘In Spijkenisse hadden en hebben we daar amper last van.’
Spijkenisse is altijd Peters thuishaven gebleven. Hij woont er met genoegen, maar ervaart ook knelpunten. Zoals de bereikbaarheid, die verder onder druk staat met de bouw van extra woningen. Peter heeft wel een idee voor de verbetering van de bereikbaarheid van industriebedrijven die met shifts werken: maak bij het Hartelkanaal in Spijkenisse een transferium. ‘Start daar vandaan een waterbusdienst langs de fabrieken. Die hebben bijna allemaal een aanlegplek aan het water.’
Ook heeft Peter zorgen over de medische zorg. ‘We leven in de nabijheid van industrie en haven met steeds meer bewoners. Er moet weer een volwaardig ziekenhuis komen, zoals we ooit hadden. Zodat we niet meer door het drukke verkeer naar Rotterdam hoeven te gaan.’
Explosieve groei
Van dijkdorp tot stad aan de rand van de haven. Spijkenisse groeide explosief door de opkomst van industrie en petrochemie in het Rijnmond-gebied. Veel bewoners hebben een directe of indirecte band met de haven. Vandaag is het een groene woonkern, dichtbij zware industrie.
Volgend artikel
Hans is geboren en getogen in Hoogvliet en heeft nooit overwogen om ergens anders te gaan wonen. Zijn ouders verhuisden vanuit het Westland naar Hoogvliet, omdat zijn vader ging werken in de havenindustrie. Ze woonden op slechts 150 meter afstand. ‘Maar we hebben er nooit last van gehad. Behalve tijdens de Plof van ’68, de grote explosie bij Shell Pernis. Toen lagen onze ruiten eruit’,vertelt Hans.
Gezinnen vonden het indertijd niet bezwaarlijk om zo dicht op de haven en industrie te wonen. ‘Integendeel’, zegt Hans. ‘Vlak bij je werk wonen, is heel fijn. En dat is nog steeds zo. Wonen mensen eenmaal in Hoogvliet, dan gaan ze zelden weer weg.’
Foto: Marc Nolte
Meld je aan voor de online Havenkrant en ontvang deze 4 keer per jaar in je inbox.
Explosieve groei
Van dijkdorp tot stad aan de rand van de haven. Spijkenisse groeide explosief door de opkomst van industrie en petrochemie in het Rijnmond-gebied. Veel bewoners hebben een directe of indirecte band met de haven. Vandaag is het een groene woonkern, dichtbij zware industrie.
Haven in 24/7
De havenvibes van... Spijkenisse
Hoe kijken inwoners van het havengebied naar hun woonomgeving? Dit keer bezoeken we Peter Verweel (71) in Spijkenisse. De gepensioneerde havenman vindt dat Spijkenissers trotser mogen zijn op hun verleden.
Peters wieg stond in Vlaardingen. Maar rond zijn vijftiende verhuisde hij naar Spijkenisse, zoals zo veel ‘Shell-gezinnen’; zijn vader werkte in Pernis als chef van een chemielaboratorium. De tiener kwam terecht in de toen nieuwe uitbreidingswijk Sterrenkwartier. ‘De wind komt meestal vanuit het zuidwesten. Toen we in Vlaardingen woonden, roken we de industrie,’ merkt hij op. ‘In Spijkenisse hadden en hebben we daar amper last van.’
Spijkenisse is altijd Peters thuishaven gebleven. Hij woont er met genoegen, maar ervaart ook knelpunten. Zoals de bereikbaarheid, die verder onder druk staat met de bouw van extra woningen. Peter heeft wel een idee voor de verbetering van de bereikbaarheid van industriebedrijven die met shifts werken: maak bij het Hartelkanaal in Spijkenisse een transferium. ‘Start daar vandaan een waterbusdienst langs de fabrieken. Die hebben bijna allemaal een aanlegplek aan het water.’
Ook heeft Peter zorgen over de medische zorg. ‘We leven in de nabijheid van industrie en haven met steeds meer bewoners. Er moet weer een volwaardig ziekenhuis komen, zoals we ooit hadden. Zodat we niet meer door het drukke verkeer naar Rotterdam hoeven te gaan.’
De haven laat Peter niet los; al jaren broedt hij samen met zijn broer op het idee om in Spijkenisse een industriemuseum te beginnen. Daarvoor is het duo op zoek naar een locatie van minimaal 4.000 vierkante meter om grote machines tentoon te stellen.
Het museum moet laten zien welke enorme aantrekkingskracht de industrie heeft gehad op mensen van heinde en verre. Spijkenisse had in de jaren vijftig 3.000 inwoners. Nu telt Nissewaard er bijna 100.000. ‘Mijn familie is met het zwarte goud overgoten. De groei van de industrie en de haven heeft veel families welvaart gebracht. Bewoners mogen zich daar bewuster van en ook trotser op zijn.’